top of page

‘Niet schreeuwen!’ Maar wat mag een kind dan wél doen?

12 sep
3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 4 dagen geleden

“Niet schreeuwen.”

“Stop daarmee.”

“Niet slaan.”

“Doe eens rustig.”


Het zijn van die zinnen die er als ouder soms uit zijn voordat je er erg in hebt.


Maar de laatste tijd bleef ik hangen bij een vraag:


Als we een kind vertellen wat het niet mag doen, vertellen we dan eigenlijk ook duidelijk genoeg wat het wel kan doen?


In gesprekken met professionals die werken met kinderen en ontwikkeling kwam iets voorbij wat eigenlijk heel logisch klinkt: soms verwachten we bepaald gedrag van een kind, zonder dat we bewust hebben stilgestaan bij de vraag of we het alternatief ook echt hebben aangeleerd.


Wij zien het schreeuwen en willen dat het stopt.


Maar wat verwachten we eigenlijk dat ervoor in de plaats komt?


Dat een kind merkt dat de frustratie oploopt? Herkent wat er in zijn lijf gebeurt? Op tijd stopt? Bedenkt wat het nodig heeft? Een andere manier kiest om zijn boosheid te uiten? En vervolgens ook nog onder woorden brengt wat er aan de hand is?


Toen ik het zo uit elkaar trok, dacht ik vooral:


Dat zijn eigenlijk best veel stappen.


En wanneer probeer je dat dan te leren?


We zijn misschien geneigd om juist op het moment dat het misgaat te vertellen wat een kind anders zou kunnen doen.

“Zeg dan gewoon dat je boos bent.”

“Ga even rustig zitten.”

“Je hoeft niet zo te schreeuwen.”


Logisch ook. Je ziet iets gebeuren en wilt op dat moment helpen of begrenzen.


Maar in gesprekken met professionals hoorde ik juist hoe belangrijk het kan zijn om rekening te houden met hoeveel spanning een kind op zo’n moment ervaart. Als een emotie heel groot is, is dat misschien niet het makkelijkste moment om ook nog iets nieuws te begrijpen of leren.


Dat zette mij aan het denken.


Misschien begint het wel bij onszelf


Want wat doe ik eigenlijk zelf als ik gefrustreerd raak?


Als volwassene heb je waarschijnlijk door de jaren heen allerlei manieren gevonden om met spanning om te gaan. Alleen zijn veel daarvan zo vanzelfsprekend geworden dat je er niet meer bewust over nadenkt.


Misschien loop je even weg. Drink je iets. Ga je naar buiten. Zoek je stilte. Zet je muziek aan. Praat je met iemand. Adem je even diep uit. Of besluit je simpelweg: ik moet hier nu even niet op reageren.


En toen dacht ik:


Hoe moet een kind weten dat dit allemaal mogelijkheden zijn?


Misschien zien kinderen onszelf wel reguleren, maar zien ze niet wat er in ons hoofd gebeurt.


Een kind ziet dat ik even wegloop.


Maar niet:


“Ik merk dat ik gefrustreerd raak. Ik ga even rustig zitten.”


Of:


“Mijn hoofd voelt heel vol. Ik ga even naar buiten en daarna probeer ik het opnieuw.”


Niet omdat dat dé manier is waarop een kind zou moeten leren omgaan met emoties. Daarvoor ben ik ook helemaal niet de professional.


Maar ik vind de gedachte interessant dat we kinderen misschien meer kunnen laten zien hoe wij zelf met emoties omgaan, in plaats van alleen te vertellen hoe zij het zouden moeten doen.


Wat zou bij dit kind passen?

En dan begint voor mij eigenlijk het interessantste gedeelte.


Want wat helpt een kind?


Geen idee.


En misschien is dat juist de vraag die we vaker mogen stellen.


Wat helpt mij als mijn spanning oploopt? Welke mogelijkheden bestaan er eigenlijk allemaal? En wat zou daarvan kunnen passen bij dit specifieke kind?


De één wil misschien bewegen, terwijl een ander juist stilte zoekt. Het ene kind heeft iets anders nodig dan het andere.


Ik merk dat ik het interessant vind om niet meteen te denken vanuit één oplossing, maar vanuit mogelijkheden.


Niet: dit moet een kind doen als het boos wordt.


Maar: wat zou dit kind kunnen helpen?


Waarom dit mij als illustrator bezighoudt

Dit soort gesprekken vind ik ontzettend interessant.


Niet omdat ik degene ben die kan vertellen hoe je een kind emotieregulatie moet leren. Daar zijn andere professionals voor.


Maar wel omdat het me opnieuw laat zien hoeveel er achter gedrag kan zitten dat we aan de buitenkant niet kunnen zien. En misschien ook dingen die een kind zelf nog niet goed begrijpt of onder woorden kan brengen.


Dat raakt precies aan wat mij zo interesseert in illustreren voor kinderen.


Voor mij begint een illustratie namelijk steeds minder bij de vraag:


Wat zal ik tekenen?


Het begint bij:


Wat gebeurt hier eigenlijk? Wat moet een kind begrijpen of kunnen zien?


Zelfs bij iets alledaags als:


“Niet schreeuwen.”


Want sinds ik hier bewuster over nadenk, hoor ik daar meteen een tweede vraag achteraan:


Oké. Maar wat kan een kind dan wél doen?




 
 
 

Opmerkingen


Untitled_Artwork 3.tiff

Emoties zichtbaar maken


Soms helpt het als een gevoel niet alleen benoemd wordt, maar ook letterlijk zichtbaar wordt. Deze emotiekaarten maakte ik om kinderen te helpen herkennen en aangeven wat er vanbinnen gebeurt, ook als de woorden nog even ontbreken.

Blij.png

Illustraties met aandacht, verbeelding en gevoel.

Voor kinderen, ouders en professionals.

Algemene voorwaarden -  Oona Dobbels illustraties  KVK 42166168 - Privacy verklaring

bottom of page